Artikel Valkhofnieuws (jaargang 27, nummer 1)  
 

DE ZWAANRIDDER OP HET VALKHOF

Waarom de Valkhofvereniging Helias mag claimen als symbool

Door Martijn Wijngaards
 

Op een mooie dag houdt keizer Otto de Eerste van Duitsland zijn gerecht in Nijmegen. Voor hem verschijnen twee mooie vrouwen; de hertogin van Boulogne en Bouillon en haar dochter Clarisse. Zij worden aangeklaagd door de graaf van Frankenborgh. Wat hij beweert is niet mis: de hertogin zou haar man met vergif om het leven gebracht hebben, om zo zijn land in haar bezit te krijgen. Daarnaast verdenkt de graaf de hertogin ook nog van overspel; haar dochter zou niet van de hertog zijn, maar van een andere man.

Zoals het de gewoonte is in die tijd, wordt besloten dat de graaf tegen iemand moet vechten die de hertogin wil verdedigen. De winnaar heeft gelijk, zo gelooft men, want God zal aan diens kant staan. De graaf is echter een uitstekende ridder. Niemand durft het tegen hem op te nemen. Beide dames zijn ten einde raad, want als de graaf wint – of niemand durft het tegen hem op te nemen – dan wacht de hertogin de brandstapel. Clarisse zal als een arm, landloos meisje door het leven moeten gaan.

Maar God luistert naar de smeekbeden die beide edelvrouwen hebben uitgesproken; hij stuurt een held naar ze toe om hun eer te verdedigen. En wát voor een held: een ridder met glanzende maliën, een zilveren schild met daarop twee kruizen en een hoorn met een krachtig geluid, staand in een boot die voortgetrokken wordt door een zwaan over de Waal. Dit is Helias de Zwaanridder.

Natuurlijk wint Helias van de gemene graaf. Zonder pardon wordt de schurk overmeesterd en onthoofd. Als dank mag Helias trouwen met Clarisse; het blijkt liefde op het eerste gezicht. De bruiloft is een groot feest, maar het trouwen geschiedt wel onder één huwelijkse voorwaarde: Clarisse mag Helias nooit vragen naar zijn afkomst, want anders moet hij vertrekken. Zij vestigen zich in Bouillon en al snel komt er een baby: Yda.

 

Na ongeveer zeven jaar weet Clarisse zich niet meer te bedwingen: zij vraagt Helias waar hij vandaan komt. Verdrietig neemt Helias afscheid. Hij vertrekt naar Nijmegen om de keizer te vragen om het huwelijk te laten ontbinden, de zwaan staat ineens klaar in de gracht om hem te vervoeren. Snel reizen Clarisse en Yda achter de Zwaanridder aan. In Nijmegen spreken ze hem nog één keer en dan vaart hij definitief weg.

 

Het Valkhof als trouwlocatie

 

Hierboven staat de kern van het bekende Zwaanridderverhaal. Tenminste, zoals het is overgeleverd in het originele verhaal ‘Le Chevalíer au Cygne’ uit omstreeks 1200,de oudste versie. Het wordt voorafgegaan door de oorsprong van de Zwaanridder en vervolgd door diens dood. Via omwegen komt de complete Heliasvertelling rond 1515 in de Nederlanden op de drukpers te liggen, waarna het elke eeuw wel een paar keer is herdrukt.

 

Voor enkelen zal het toch wel zeer opmerkelijk zijn dat Kleef helemaal niet in deze Zwaanriddervertelling wordt genoemd. Hoe die in onze Duitse buurstad is terechtgekomen is een heel verhaal. Pas achter in de 15e eeuw wordt de Zwaanridder definitief naar onze oosterburen toegeschreven in een kroniek van de Kleefse hofsecretaris Gert van der Schuren (‘Chronik von Cleve und Mark’, 1478). Hij vermengt voor het eerst de verteltraditie omtrent Helias met de iets jongere van Lohengrin. (‘Loherangrin’ verschijnt voor het eerst als zoon van Parzival in het gelijknamige verhaal van Wolfram von Eschenbach uit omstreeks 1210.) De Kleefse adellijke familie voert dan waarschijnlijk al enige tijd een zwaan als familiewapen, maar met het verhaal krijgt het ook een duidelijke oorsprong.

 

Met andere woorden, het is vrij gemakkelijk wetenschappelijk aan te tonen dat de Zwaanridder voor het eerst in Nijmegen is aangekomen. Bovendien maakt Prof.Dr.G.H.M.Claassens in het Jaarboek Numaga 1991 buitengewoon aannemelijk dat de keuze voor Nijmegen ook geen toevallige is geweest. Als je het verhaal leest, dan zie je dat Helias eigenlijk ook alleen maar het Valkhof aandoet: hij komt daar aan, hij vecht daar, trouwt daar en scheidt daar. Geen wandeling door de binnenstad, geen verblijf aan de kade of in de Benedenstad.

 

Zwanenstrijd met Kleef?

 

Zoals gezegd, de aankomst van Helias in Nijmegen is niet toevallig. In het voornoemde artikel voor Numaga bewijst Claassens min of meer dat hertog Hendrik I van Brabant (1190-1235), de grote sponsor, de keizerstad bewust heeft opgevoerd in het verhaal. Als Hendrik trouwt met Mathilde, gravin van de Elzas, Boulogne en Bouillon ziet hij zichzelf ineens staan in de familielijn met de grote Godfried van Bouillon. Natuurlijk is Godfried bekend als de grote leider van de eerste kruistocht, waarbij hij in 1099 Jeruzalem inneemt en ‘Beschermer van het Heilige Graf’ wordt (aangezien hij de koningstitel weigerde).  Door deze daad wordt Godfried voor de hele christelijke wereld een soort superheld.

 

Hendrik wil eigenlijk ook als groot kruisvaarder de geschiedenis ingaan, maar op enkele kleine successen na, is hij totaal niet geslaagd in zijn opzet. De ‘Duitse kruistocht’ van de jaren 1190 wordt sowieso een fiasco als keizer Frederik I ‘Barbarossa’ sterft aan het begin en ook Hendrik besluit om zijn activiteiten vooral thuis voort te zetten. Net als Godfried koestert Hendrik de droom om het grote Neder-Lotharingische rijk van Karel de Grote te herstellen. Bij die strijd krijgt Hendrik Nijmegen kort in handen. Op dat moment is Nijmegen, met de herstelde burcht op het Valkhof, weer een belangrijke stad.

 

Tegelijkertijd wil Hendrik zijn stamboom veiligstellen. Hij laat een groots werk schrijven over de heldendaden van Godfried van Bouillon in het Heilige Land. Deze grote bundel verhalen, ook wel de eerste cyclus ‘kruisvaartromans’ genoemd, laat hij vooraf gaan door een geschiedenis van Godfried zelf. Jeugdverhalen uit het leven van de grote Beschermer.

Maar dan is er nog één probleem: Godfried is een edelman van vrij eenvoudige komaf. En dat is moeilijk te rijmen met zijn status als min of meer goddelijke gezant. De oplossing werd eenvoudig gevonden: de Zwaanridder Helias is zijn grootvader, diens dochter Yda zijn moeder. Uiteindelijk komt er dus een flinke cyclus die wordt voorafgegaan door het verhaal waarin de Zwaanridder voor het eerst aankomt. In Nijmegen, want die stad is voor hertog Hendrik heel speciaal.

 

Wie in Kleef loopt kan niet om de Zwaanridder heen. Op bussen, winkelpuien en allerhande afbeeldingen prijken verwijzingen naar het verhaal. Op de Zwaanburcht prijkt een weerzwaantje en de Lohengrinbrunnen op de Fischmarkt is een buitengewoon bekende fontein midden in de stad – nabij het nieuwe winkelcentrum met een gestileerde zwaan in het logo. Kleef is duidelijk trots op haar Zwaanridder.

De eerste die de Kleefse adellijke familie – dus Kleef zelf – in verband brengt met een Zwaanridder is Konrad von Würzburg rond 1257-1258 in zijn ‘Der Schwanritter’. Daarna ziet de vertelling in allerlei verschillende verschijningen het licht. Een consistent beeld van een Kleefse Zwaanridder is daarom niet te geven. Dat blijkt ook als je bij antiquariaten oude Nederrijnse sagenbundeltjes vindt; het Zwaanridder staat er altijd in, maar meestal onder een andere naam. De mooiste vind ik overigens Elias Grail in Wilhelm Rulands ‘Die schönsten Sagen des Rheins’ uit 1930. Het is overigens niet gek dat de naam Lohengrin het populairste is in Kleef. Dat zal wel alles te maken hebben met de beroemde, gelijknamige opera van Richard Wagner uit 1848.

 

Wat de Valkhofvereniging kan doen

 

Als je alles goed beschouwd – en dat hebben we net even gedaan – dan is het eigenlijk zonde dat in Nijmegen slechts één verwijzing is naar het Zwaanridderverhaal. Nota bene niet eens op het Valkhof, maar tegenover het centraal station staat het welbekende ‘Metter swane’ (naar de oorspronkelijke Nederlandse boektitel ‘Vanden ridder metter swane’). Wat mij betreft is het tijd om hieraan iets te doen.

Ik denk dat het heel aardig is als er een informatiepaneel op het Valkhof of in de kapel komt waarop een duidelijke verwijzing komt naar ‘onze’ Zwaanridder Helias. Het lijkt mij duidelijk waarom wij Helias mogen claimen. Voor Kleef blijven er nog genoeg Zwaanridders over, waaronder Lohengrin. Prima.

 

Trouwen in de Nicolaaskapel krijgt ook een bijzonder tintje als je weet dat Helias en Clarisse eeuwen eerder elkaar hier het ja-woord hebben gegeven. Een mooie plaat waarop de bruiloft plaatsvindt en een recente trouwfoto erop, zou een mooie mogelijkheid zijn.

Nadat ik mijn leerlingen van Helias heb verteld, heb ik ze naar het Valkhof gestuurd om naar de bocht in de Waal te kijken waar hij ooit aankwam met de Zwaan. Er is gediscussieerd of hij van links of van rechts kwam, maar ook is opgemerkt dat het daar ‘vet mooi’ is.

Helias zou een mooi symbool zijn voor de Valkhofvereniging en een goed middel om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Het is historisch juist om hem te claimen en er hoeft geen strijd te worden gevoerd met Kleef. Zegt u het maar. 

 

Over de uitgave
Op 26 maart 2005 zal in de Nicolaaskapel de presentatie zijn van het boek ‘De Zwaanridder die in Nijmegen aankwam’. De vertelling omtrent de held Helias is hertaald uit het Middelnederlands en van aantekeningen voorzien door Martijn Wijngaards. Bovendien wordt verteld hoe het verhaal is ontstaan, welke Zwaanridders er nog meer zijn en wat de huidige stand van onderzoek is. Desondanks is het verhaal geschikt voor een breed publiek, vooral voor mensen met warme interesse voor dit Nijmeegse onderwerp dat nu na lange tijd voor het voetlicht komt.

 

Kunstenares Moniek Kerckhoffs heeft voor de uitgave bijzondere, nieuwe illustraties gemaakt.

 

Voor leden van de Valkhofvereniging zal te zijner tijd een speciale aanbieding komen. 

 

Over de auteur
Martijn Niek Arnold Wijngaards (Nijmegen, 1976) is thans in Nijmegen werkzaam als docent Nederlands op het Canisius College. Momenteel bereidt hij proefschrift voor over een andere, vergeten vertelling met Middeleeuwse wortels. Leuke, onbekende verhalen verdienen het immers ook om verteld te worden…

 

 

Dit artikel is eerder verschenen in het Valkhofnieuws, tijdschrift van de Valkhofvereniging, jaargang 27, nummer 1. Het copyright van deze tekst ligt geheel bij de auteur. Niets mag op enigerlei wijze overgenomen worden zonder nadrukkelijke (schriftelijk) toestemming van de auteur.
(c) M.N.A.Wijngaards 2005