Mijn Oma
 
Ursula Emma Berenbroek-Kautzner
Gelsenkirchen, 3 februari 1928 - Nijmegen, 28 juli 2006
 
Mijn Oma is geboren in de Stadt der Tausend Feuer, midden in het Roergebied (Ruhrgebiet). Ursula is de jongste telg van het gezin van Maria Anna Höfner (1893-1963) en Karl Kautzner (1898-1975). Voor haar komen Hildegard Adele (1923-1980) en Karl (1925-1987) ter wereld.

Gelsenkirchen is een industriestad die in de jaren 1930, vooral leefde van kolen en staal. Haar onbezorgde jeugd neemt geleidelijk aan af naarmate de nazi's meer macht krijgen in Duitsland. Haar grote droom om onderwijzeres te worden gaat in rook op, als haar moeder Ursula verbiedt om naar de kweekschool te gaan. Daar worden dan hele nieuwe lichtingen gehersenspoeld en de katholieke, anti-nazistische Maria verzet zich waar ze kan. Mijn Oma is nooit lerares geworden.

In de oorlog wordt mijn Opa, Arnold Berenbroek, te werk gesteld in Gelsenkirchen bij de Deutsche Eisenwerke. Daar werkt mijn Oma op het Lohnburo en ergens na de eerste  ontmoeting neemt mijn Oma hem mee naar haar huis om hem voor te stellen aan haar oudere zus Hilde. Hoe het ook zij, ze raken verliefd. Als bij het verwoestende bombardement van 6 november 1944 mijn Opa letterlijk uit zijn verblijfplaats wordt geknald, mag hij nog diezelfde dag intrekken bij de liefdevolle familie Kautzner.

Een huwelijk tussen een Duitse en een Nederlander is niet gemakkelijk na de oorlog. Op 12 september 1949 trouwen Ursula en Arnold voor de wet in Gelsenkirchen en op 27 maart 1951 aldaar voor de kerk. Het is ook niet eerder dan 1951 voordat Ursula met Opa in Nijmegen kan gaan wonen. Ze leert relatief snel zeer goed Nederlands en ze wordt snel zeer geliefd door haar nieuwe omgeving. Al is dat niet gemakkelijk gegaan, zo na de oorlog. Mijn Oma is altijd opgewekt en vol goede moed geweest en zo weet ze al snel menigeen voor haar te winnen.

Drie kinderen krijgt ze in die tijd: mijn oom Lambert (1952), mijn moeder Hilde (1953) en mijn oom Ernie (1958). Zij is er altijd voor hen geweest. Ze heeft niet altijd evenveel gezegd, maar wát ze zegt is altijd vol liefde en humor geweest. Bovendien heeft zij zichzelf altijd gemakkelijk kunnen wegcijferen. Ook heeft ze een prettig, ondeugende kant gehad, waarmee ze elke dag tot een feest heeft weten te maken voor iedereen in haar buurt. Haar kleinkinderen herinneren dat zich ook precies zo.

Het is logisch dat Oma zich haar hele leven heeft beziggehouden met Duits-Nederlandse betrekkingen in allerlei opzichten. Dit heeft altijd gereikt van voetbal tot aan de Heemkundekring De Duffelt, waarvoor zij jarenlang met veel plezier secretaresse is geweest.

 

 

Lees hier de tekst die ik namens al haar kleinkinderen heb uitgesproken bij Oma's uitvaart.

 
Mijn Oma en voetbal, hoe zit dat?

Nooit heeft mijn Oma zich gedragen als een fanatieke supporter, al kon ze zeker genieten van een mooie wedstrijd op tv. Echter, ze heeft mij dikwijls verteld dat tot haar eerste jeugdherinneringen behoort dat Gelsenkirchen geregeld geheel op zijn kop stond als de plaatselijke trots, FC Schalke 04, weer een prijs in de wacht had gesleept.

Zelfs toen mijn Oma erg achteruit aan het gaan was, pakte ze nog wel eens een boek over Die Königsblauen, om mij te wijzen op foto's van helden van haar tijd, vooral Ernst Kuzorra.

In het relatief arme Roergebied van de jaren 1930 is voetbal voor verreweg de meeste mensen een manier om af te reageren en een goed functionerende ploeg het positieve gesprek van de dag. Aan de helden van zo'n club kon je je optrekken, helemaal als het jongens betrof uit je eigen buurt. Zo'n club was Schalke 04 en die functie heeft 'Der S04' nu nog, getuige de permanent blauw-witte staat waarin de meest uiteenlopende huishoudens verkeren.

Met andere woorden, het is dus onmogelijk dat mijn Oma géén voorliefde voor voetbal of Schalke heeft meegekregen. Net zo goed zou het onmogelijk zijn dat zij ons daarvan niet iets zou hebben meegegeven.