|
Het Heilig Bloed en de
Continuations-Perceval |
|
|
Volgens de overlevering brengt
Dirk (Diederik) van Elzas, Graaf van Vlaanderen op 7 april 1150 een
bijzonder relikwie naar Brugge. Voor zijn inspanningen tijdens de
Tweede Kruistocht, zou hij van zijn
zwager Boudewijn III van Anjou, koning van Jeruzalem, een kristallen
buis hebben gekregen met daarin het
Heilig Bloed van Christus. Sindsdien zou elk jaar de processie door
Brugge gaan, zoals dat nog steeds gebeurt.
Nu is het opvallend dat relatief kort daarna de zoon van Dirk, graaf Filips van Elzas aan de beroemde Arthurschrijver Chrétien de Troyes de opdracht geeft om een nieuwe ridderroman te schrijven. Dit verhaal wordt het meesterwerk Perceval li Gallois ou il conte del Graal (+1181). Daarin is het niet helemaal duidelijk wát de Graal precies is, maar in elk geval wordt verteld dat uit deze eetschaal de hostie wordt geserveerd. (Vergelijk Janssens 1995, p.18 en 21) De Perceval is nooit voltooid, maar al snel daarna verschijnt een aantal vervolgen: Continuations. Enkele daarvan wil ik nader bestuderen. De vraag werpt zich natuurlijk op: is er een verband tussen het Heilig Bloed van Brugge en de Continuations-Perceval? |
![]()
|
|
|
Bloedend Lam Gods in de Onze Lieve Vrouwekathedraal in Brugge. Het bloed wordt opgevangen in een drinkbeker. |
De
Edele
Confrérie van het Heilig Bloed twijfelt aan het verhaal van
Diederik. Het wordt waarschijnlijker geacht dat de reliek na 1203 in
Brugge is gekomen. Constantinopel wordt dan veroverd door
Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen die zich dan keizer laat kronen
van het Byzantijnse Rijk. Mogelijk wordt onder zijn hoede de relikwie
van het Heilig Bloed naar Brugge gebracht. Op dat moment regeert in Vlaanderen al enige tijd Philips van Namen, in naam van Boudewijn en vanaf diens verdwijning in 1205 ook in naam van diens minderjarige dochter Johanna van Constantinopel.(Zie ook Luykx 1946) Van de Tweede Continuation weten wij dat Filips van Namen de opdrachtgever is geweest. Hierin wordt de Graal voor het eerst opgevoerd als de beker met het Heilig Bloed van Christus. (Vergelijk Janssens 1995, p.22-24) Het werk is gedateerd rond 1200, dus dat is in diezelfde tijd als dat de Confrérie vermoedt dat de reliek van het Heilig Bloed naar Brugge is gekomen. |
|
|
|
Na de Tweede Continuation duikt de Graal op in
verschillende verhalen, zoals ik dat elders op deze
site heb vermeld. Rond 1230 verschijnt er een Derde
Continuation-Perceval op, waarin nogmaals duidelijk een verband wordt
gelegd tussen de Graal en het bloed van Christus. De opdrachtgever van
dit werk is Johanna van Constantinopel. We mogen veronderstellen dat het
Heilig Bloed al in Brugge is, alhoewel
het oudste
document waarin het relikwie voorkomt dateert uit 1256. Natuurlijk moet je ervan uitgaan dat opdrachtgevers van verhalen bezig zijn met het complexe leven van alledag. Maar áls zij iets laten opschrijven heeft het vrijwel altijd een politieke bedoeling. Het is gissen naar de achterliggende gedachte van Johanna van Constantinopel, maar het is goed mogelijk dat zij zichzelf op subtiele wijze heeft willen verbinden met de reliek van Brugge. Hoewel dit alles nog berust op gissingen, lijkt het mij een goed idee als er onderzoek wordt gedaan naar de relatie tussen de komst van het relikwie van het Heilige Bloed naar Brugge, de Continuations-Perceval en de Vlaamse adel van die tijd. |
![]()
|
Aanbevolen literatuur:
|
|
Ik heb veel vragen en op alle wil ik antwoord. Nieuws zal ik ook op deze pagina melden. Wilt u reageren? Graag!
|